Category Archives: politics

Wat zegt het CBF-Keur voor goede doelen?

Het Financieel Dagblad besteedt een lang artikel aan de betekenis van het CBF-Keur voor goede doelen naar aanleiding van de vraag: “Waar blijft mijn gedoneerde euro?” Het “keurmerk en boekhoudregels zijn geen garantie voor een zinvolle besteding”, volgens de krant. Verderop in het artikel staat mijn naam genoemd bij de stelling dat het CBF-Keur ‘fraude of veel te hoge kosten niet uitsluit’ en zelfs dat het ‘nietszeggend’ zou zijn. Inderdaad zegt het feit dat een goed doel over het CBF-Keur beschikt niet dat de organisatie perfect werkt. Het maakt fraude niet onmogelijk en dwingt organisaties ook niet altijd tot de meest efficiënte besteding van beschikbare middelen. In het verleden zijn misstanden bij verschillende CBF-Keurmerkhouders in het nieuws gekomen, die bij sommige organisaties hebben geleid tot intrekking van het keurmerk.

Maar helemaal ‘nietszeggend’ is het CBF-Keur ook weer niet. Zo denk ik er ook niet over. Het CBF-Keur zegt wel degelijk wat. Voordat een organisatie het CBF-Keur mag voeren moet het een uitgebreide procedure door om aan eisen te voldoen aan financiële verslaggeving, onafhankelijkheid van het bestuur, kosten van fondsenwerving, en de formulering van beleidsplannen. Dit zijn relevante criteria. Zij zorgen ervoor dat je als donateur erop kunt vertrouwen dat de organisatie op een professionele manier werkt. Het CBF-Keur zegt alleen niet zoveel over de efficiëntie van de bestedingen van een goed doel. Veel mensen denken dat wel, zo constateerden we in onderzoek uit 2009.

Het is lastige materie. Garantie krijg je op een product dat je koopt in de winkel, waardoor je het terug kunt brengen als het niet functioneert of binnen korte tijd stuk gaat. Zulke garanties zijn moeilijk te geven voor giften aan goede doelen. Een dergelijke garantie zou je alleen kunnen geven als de kwaliteit van het werk van goede doelenorganisaties gecontroleerd kan worden en er een minimumeis voor te formuleren valt. Dat lijkt mij onmogelijk. Het CBF-Keur is niet zoiets als een rijbewijs dat je moet hebben voordat je een auto mag besturen. De markt voor goede doelen is vrij toegankelijk; iedereen mag de weg op. Sommige goede doelen hebben een keurmerk, maar dat zegt vooral hoeveel ze betaald hebben voor de benzine, in wat voor auto ze rijden en wie er achter het stuur zit. Het zegt nog niet zoveel over de hoeveelheid ongelukken die ze ooit hebben mee gemaakt of veroorzaakt, en of dat de kortste of de snelste weg is.

Vorig jaar stelde de commissie-De Jong voor om een autoriteit filantropie in te stellen, die organisaties zou gaan controleren voordat ze de markt voor goede doelen op mogen. Er zou een goede doelen politie komen die ook op de naleving van de regels mag controleren en boetes mag uitdelen. Dat voorstel was te duur voor de overheid. Voor de goede doelen was het onaantrekkelijk omdat zij aan nieuwe regels zouden moeten gaan voldoen. Bovendien was het niet duidelijk of die nieuwe regels ook echt het aantal ongelukken zou verlagen. Het is op dit moment überhaupt niet duidelijk hoe goed de bestuurders van goede doelen de weg kennen en hoeveel ongelukken ze maken. Een beter systeem zou moeten beginnen met een meting van het aantal overtredingen in het goede doelen verkeer en een telling van het aantal bestuurders met en zonder rijbewijs. Vervolgens zou het goed zijn om een rijopleiding op te zetten die iedereen die de markt op wil kan volgen en in staat stelt de vaardigheden op te doen waarover elke bestuurder moet beschikken. Ik hoop dat het artikel in het Financieel Dagblad tot een discussie leidt die dit duidelijk maakt.

Intussen heeft het CBF gereageerd met de verzekering dat er gewerkt wordt aan uitwerking van richtlijnen voor ‘reactief toezicht op prestaties’. Ook de VFI, branchevereniging voor goede doelen, kwam met een reactie van die strekking. Dat is goed nieuws. Maar die nieuwe richtlijnen zijn er nog lang niet. In de tussentijd geeft het CBF keurmerken af en publiceren de Nederlandse media – die na Finland de meest vrije ter wereld zijn – af en toe een flitspaalfoto van wegmisbruikers. Dat lijkt voldoende te zijn om het goede doelen verkeer zichzelf te laten regelen en de ergste ongelukken te voorkomen. Want die zijn er maar weinig.

Advertisements

Leave a comment

Filed under charitable organizations, fraud, household giving, impact, incentives, law, philanthropy, policy evaluation, politics

Valkuilen in het nieuwe systeem van toezicht op goededoelenorganisaties

Deze bijdrage verscheen op 27 januari op Filanthropium.nl.
Dank aan Theo Schuyt voor commentaar op een eerdere versie van dit stuk en aan Sigrid Hemels en Frans Nijhof voor correcties van enkele feitelijke onjuistheden. PDF? Klik hier.

De contouren van het toezicht op goededoelenorganisaties in de toekomst worden zo langzamerhand duidelijk. Het nieuwe systeem is een compromis dat op termijn veel kan veranderen, maar net zo goed een faliekante mislukking kan worden.

Hoe ziet het nieuwe systeem eruit?
In opdracht van de Minister van Veiligheid en Justitie heeft de Commissie De Jong een voorstel gedaan voor een nieuw systeem. De commissie stelt voor een Autoriteit Filantropie op te richten die de fondsenwervende goededoelenorganisaties moet registreren. De autoriteit is een nieuw orgaan dat onder het ministerie van Veiligheid en Justitie valt, maar eigen wettelijke bevoegdheden krijgt. Burgers kunnen de registratie online raadplegen. Het uitgangspunt van het nieuwe systeem is een kostenbesparing. Geregistreerde goededoelenorganisaties hoeven geen keurmerk meer aan te vragen en krijgen automatisch toegang tot de markt voor fondsenwerving. Organisaties die geen fondsen werven zoals vermogensfondsen en organisaties die alleen onder hun leden fondsen werven zoals kerken hoeven zich niet te registreren. De autoriteit maakt de huidige registratie van Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s) door de belastingdienst grotendeels overbodig.

Winnaars en verliezers
Het nieuwe systeem is een overwinning voor vijf partijen: de vermogensfondsen, de kerken, de bekende goededoelenorganisaties, het Ministerie van Veiligheid en Justitie, en de Belastingdienst. De meeste vermogensfondsen en de kerken winnen in het nieuwe systeem omdat zij niet door de registratie heen hoeven wanneer zij geen fondsen werven onder het publiek. Zij blijven als ANBI’s geclassicificeerd bij de belastingdienst. De bekende goededoelenorganisaties winnen in het systeem omdat zij invloed krijgen op de criteria die voor registratie zullen gaan gelden. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie wint omdat zij volledige controle krijgt over goededoelenorganisaties. De Belastingdienst wint omdat zij afscheid kan nemen van een groot aantal werknemers die voor de registratie van goededoelenorganisaties zorgden.

De verliezers in het nieuwe systeem zijn de huidige toezichthouders op goededoelenorganisaties (waaronder het Centraal Bureau Fondsenwerving , CBF) en de kleinere goededoelenorganisaties. Het CBF verliest klanten omdat de nieuwe registratie gaat gelden als toegangsbewijs voor de Nederlandse markt voor fondsenwerving en daarmee het keurmerk van het CBF (en een aantal andere, minder bekende, keurmerken) overbodig maakt. De autoriteit filantropie krijgt de mogelijkheid overtreders te beboeten. De Belastingdienst heeft deze mogelijkheid in het huidige systeem niet, zij kan alleen de ANBI-status intrekken. Ook het CBF kan geen boetes innen, maar alleen het keurmerk intrekken.

De criteria waarop potentiële gevers goededoelenorganisaties kunnen gaan beoordelen zijn nog niet geformuleerd. Omdat de kleinere goededoelenorganisaties in Nederland niet of niet goed georganiseerd zijn is het lastig om hun belangen in de autoriteit filantropie een stem te geven. Het gevaar dreigt dat de grotere goededoelenorganisaties de overhand krijgen in de discussie over de regels. Ook is onduidelijk hoe streng de controle gaat worden. De belastingdienst gaat deze controle in ieder geval niet meer doen. De commissie stelt voor dat vooral voorafgaand aan de registratie controle plaatsvindt.

De winst- en verliesrekening voor de burger – als potentiële gever en belastingbetaler – is minder duidelijk. De kosten van de hele operatie zijn niet berekend. De commissie stelt voor dat alle organisaties die zich registreren om toegang te krijgen tot de Nederlandse markt voor fondsenwerving mee gaan betalen. Het ANBI-register telt momenteel zo’n 60.000 inschrijvingen; een deel betreft organisaties die zich in het nieuwe systeem niet meer hoeven te registreren (kerken, vermogensfondsen). Als er 20.000 registraties overblijven kan het nieuwe systeem voor de goededoelenorganisaties aanmerkelijk goedkoper worden. Op dit moment betalen 269 landelijk wervende goededoelenorganisaties voor het CBF-keurmerk. In het huidige systeem worden alle keurmerkhouders gecontroleerd. De autoriteit zal slechts steekproefsgewijs en bij klachten controles uitvoeren.

Gebrekkige probleemanalyse
Het advies vertrekt vanuit de probleemanalyse dat het vertrouwen in goededoelenorganisaties daalt door schandalen en affaires. Deze analyse is niet goed onderbouwd. De publieke verontwaardiging over de salariëring van (interim)managers zoals bij Plan Nederland en de Hartstichting in 2004 en het breken van (onmogelijke) beloften over gratis fondsenwerving zoals bij Alpe D’huZes vorig jaar bedreigen vooral de inkomsten van getroffen organisaties, niet de giften aan de goededoelensector als geheel. Het vertrouwen in goededoelenorganisaties daalt al tijden structureel, zo blijkt uit het Geven in Nederland onderzoek van de Vrije Universiteit en de peilingen van het Nederlands Donateurs Panel.

Vervolgens stelt het advies dat het doel van een nieuw systeem is om het vertrouwen in goededoelenorganisaties onder burgers te vergroten. Dat burgers in vertrouwen moeten kunnen geven door het nieuwe systeem lijkt een legitiem doel. Het is echter de vraag of overheid de imago- en communicatieproblemen van de goededoelensector op moet lossen. We zouden de sector daar immers ook zelf verantwoordelijk voor kunnen houden, zoals in de Verenigde Staten gebeurt. Voor het imago van de overheid en het vertrouwen in de politiek is het echter verstandig de controle op organisaties die fiscale voordelen krijgen waterdicht te maken, zodat er geen vragen komen over de doelmatigheid van de besteding van belastinggeld. Daarnaast is het vanuit de politieke keuze voor de participatiesamenleving verstandig meer inzicht te vragen in de prestaties van goededoelenorganisaties. Als burgers zelf meer verantwoordelijkheid krijgen voor het publiek welzijn via goededoelenorganisaties willen we wel kunnen zien of zij die verantwoordelijkheid inderdaad waarmaken. Dat zou via het register van de Autoriteit Filantropie kunnen.

Nieuw systeem zorgt niet automatisch voor meer vertrouwen
Het is echter de vraag of de burger door het nieuwe systeem ook inderdaad weer meer vertrouwen krijgt in goededoelenorganisaties. Het advies van de Commissie de Jong heeft veel details van het nieuwe systeem nog niet ingevuld. Vertrouwen drijft op de betrouwbaarheid van de controlerende instantie. Die organisatie moet onafhankelijk én streng zijn. Conflicterende belangen bedreigen het vertrouwen. Als de te controleren organisaties vertegenwoordigd zijn in de autoriteit of haar activiteiten kunnen beïnvloeden is zij niet onafhankelijk. Een gebrek aan controle is eveneens een risicofactor voor het publieksvertrouwen, vooral als er later problemen blijken te zijn. Het is belangrijk dat de autoriteit proactief handelt en niet slechts achteraf na gebleken onregelmatigheden een onderzoek instelt.

Blijkbaar is er iets mis met de huidige controle. De probleemanalyse van de commissie de Jong gaat ook op dit punt kort door de bocht. Het advies omschrijft niet hoe de controle op goededoelenorganisaties op dit moment plaatsvindt. De commissie analyseert evenmin wat de problemen zijn in het huidige systeem. Op dit moment gebeurt de controle op goededoelenorganisaties niet door de overheid. De belastingdienst registreert ‘Algemeen nut beogende instellingen’ (ANBI’s), maar controleert deze instellingen nauwelijks als ze eenmaal geregistreerd zijn.

Sterke en zwakke punten van het huidige systeem
In feite heeft de overheid de controle op goededoelenorganisaties nu uitbesteed aan een vrije markt van toezichthouders. Dit zijn organisaties zoals het CBF die keurmerken verstrekken. In theorie is dit een goed werkend systeem omdat de vrijwillige deelname een signaal van kwaliteit geeft aan potentiële donateurs. Goededoelenorganisaties kunnen ervoor kiezen om aan eisen te voldoen die aan deze keurmerken zijn verbonden. Organisaties die daarvoor kiezen willen en kunnen openheid geven; de organisaties die dat niet doen laden de verdenking op zich dat zij minder betrouwbaar zijn. Het systeem werkt als de toezichthouder onafhankelijk is, de controle streng, en de communicatie daarover effectief. Het CBF heeft in de afgelopen jaren echter verzuimd om de criteria scherp te hanteren en uit te leggen aan potentiële donateurs. Het CBF-Keur stelt bijvoorbeeld geen maximum aan de salarissen van medewerkers. Ook bij de onafhankelijkheid kunnen vragen worden gesteld. De grote goededoelenorganisaties zijn met twee afgevaardigden van de VFI vertegenwoordigd in het CBF, en zijn daarnaast in feite klanten die betalen voor de kosten van het systeem. Zij hebben er belang bij de eisen niet aan te scherpen omdat dan de kosten te hoog oplopen.

Twee valkuilen
In het nieuwe systeem dreigen zowel de onafhankelijkheid als de pakkans voor problemen te zorgen. De commissie laat het aan de autoriteit over om te bepalen welke regels zullen worden gehanteerd. Maar wie komen er in die autoriteit? De commissie beveelt aan ‘diverse belanghebbenden (sector, wetenschap, overheid)’ in het bestuur van de autoriteit te laten vertegenwoordigen. Het is echter onduidelijk welke partijen er in de autoriteit precies zitting krijgen, en in welke machtsverhoudingen. Wel is duidelijk dat de autoriteit in eerste instantie uitgaat van het zelfregulerend vermogen van de sector. De goededoelenorganisaties mogen dus zelf met voorstellen komen voor de regels. De commissie legt de verantwoordelijkheid voor de vaststelling van de regels vervolgens bij de overheid, en meer in het bijzonder bij de Minister van Veiligheid en Justitie. Het is dan de vraag in hoeverre de minister gevoelig is voor de lobby van goededoelenorganisaties.

De commissie stelt ook voor de controle op grond van risicoanalyses uit te voeren en om af te gaan op klachten. Dat kan in de praktijk voldoende blijken te zijn. Het nieuwe systeem neemt echter als uitgangspunt de kosten te minimaliseren. Deze kosten moeten bovendien door de te controleren goededoelenorganisaties worden opgebracht. Zij krijgen er belang bij de controle licht en oppervlakkig mogelijk te maken. Als er onvoldoende controle plaatsvindt, zoals in de Verenigde Staten het geval is, zullen ook geregistreerde organisaties onbetrouwbaar blijken te zijn. Dit is natuurlijk helemaal desastreus voor het vertrouwen.

De commissie de Jong stelt bovendien voor dat alle fondsenwervende goededoelenorganisaties van enige betekenisvolle omvang verplicht geregistreerd worden. Het nieuwe systeem biedt geen zicht op de prestaties van vermogensfondsen en kerken omdat zij onder de belastingdienst blijven vallen. Zij krijgen een voorkeursbehandeling omdat zij geen fondsen werven, of alleen onder leden. Dit is een oneigenlijk argument. Het criterium van algemeen nut betreft niet de herkomst van de fondsen, maar de prestaties. Ook de activiteiten van kerken en vermogensfondsen moeten ten goede komen aan het algemeen nut.

Het middel van verplichte registratie is waarschijnlijk niet effectief in het vergroten van het publieksvertrouwen. Een verplichte registratie heeft geen signaalfunctie voor potentiële donateurs. Als alle goededoelenorganisaties aan de eisen voldoen, zijn ze dan allemaal even betrouwbaar? Dat is niet erg waarschijnlijk. Ofwel de lat wordt in het nieuwe systeem zo laag gelegd dat alle organisaties er overheen kunnen springen, ofwel de lat wordt op papier weliswaar hoog gelegd maar in de praktijk stelt de controle niets voor.

Het zou veel beter zijn de autoriteit een vrijwillig sterrensysteem te laten ontwerpen waarin donateurs kunnen zien hoe professioneel de organisatie is aan het aantal sterren die onafhankelijke controle heeft opgeleverd. Donateurs kunnen dan professionelere organisaties verkiezen, voor zover ze bereid zijn daarvoor te betalen tenminste. Geld werven kost geld, en geld effectief besteden ook. Met een financiële bijsluiter kan de autoriteit filantropie inzichtelijk maken wat de te verwachten risico’s zijn van private investeringen in goededoelenorganisaties. Zo dwingt de markt de goededoelenorganisaties tot concurrentie op prestaties voor het publiek welzijn. Een waarlijk onafhankelijke autoriteit die scherp controleert op naleving van (naar keuze) strenge of minder strenge regels is ook binnen die contouren mogelijk en lijkt mij gezien de maatschappelijke betekenis van de filantropie in Nederland van belang.

2 Comments

Filed under charitable organizations, corporate social responsibility, foundations, fraud, household giving, incentives, law, philanthropy, policy evaluation, politics, taxes, trends, trust

Overheid vermindert giften aan ontwikkelingssamenwerking door bezuinigingen

Drie nieuwe onderzoeksresultaten verminderen de hoop dat burgers de overheidsbezuinigingen op internationale hulporganisaties zullen compenseren door meer giften:

  1. Bezuinigingen verminderen de investeringen van hulporganisaties in fondsenwerving;
  2. Mensen geven liever aan doelen die anderen ook steunen;
  3. Er zijn meer Nederlanders die zeggen dat ze mee zullen bezuinigen dan Nederlanders die meer zullen geven als de overheid bezuinigt.

Deze drie resultaten presenteerde ik vandaag op een seminar van NCDO in Den Haag. Meer details staan hier.

Leave a comment

Filed under altruism, charitable organizations, disaster relief, experiments, household giving, law, politics

More But Not Less: a University Research and Education Reform Proposal

Yes, the incentive structure in the higher education and research industry should be reformed in order to reduce the inflation of academic degrees and research. That much is clear from the increasing numbers of cases of outright fraud and academic misconduct, including more subtle forms of data manipulation, p-hacking, and rising rates of (false) positive publication bias as a result. It is also clear from the declining numbers of professors employed by universities to teach the rising numbers of students, up to the PhD level. Yes, the increasing numbers of peer-reviewed journal publications and academic degrees awarded imply that the productivity of academia has increased in the past decades. But the marginal returns on investiment are now approaching zero or perhaps even becoming negative. The recent Science in Transition position paper identifies the issues. So what should we do? It is not just important to diagnose the symptoms, it is time for a reform. This takes years, and an international approach, as the chairman of the board of Erasmus University Rotterdam Pauline van der Meer-Mohr said recently in a radio interview. Here are some ideas.

  1. Evaluate the quality of research rather than the quantity. Examine a proportion of publications through audits, screening them for results that are too good to be true, statistical analysis and reporting errors, and the availability of data and coding for replication. Rankings of universities are often based in part on numbers of publications. Universities that want to climb on the rankings will promote or hire more productive researchers. Granting agencies and universities should reduce the influence of rankings and the current publication culture on promotion and granting decisions. Prohibit the payment of bonuses for publications (including those in specific high-impact journals).
  2. Evaluate the quality of education rather than the quantity. Examine a proportion of courses through mystery shoppers, screening them for tests that are too easy to pass, accuracy of grades for assignments, and the availability of student guidelines in course manuals. Rankings of universities are often based on evaluations by course-enrolled students. Universities that want to climb on the rankings will please the students and the evaluators. Accreditation bodies should reduce the self-selection of evaluators for academic programs. Prohibit the payment of departments and universities for letting students pass.
  3. We can have the cake and eat it at the same time. Let all students pass courses if the requirements for presence at meetings and submission of assignments are met, but give grades based on performance. This change puts students back in control and reduces the tendency among instructors to help students to pass.

Leave a comment

Filed under academic misconduct, fraud, incentives, politics

Tien Filantropie Trends

  1. Nalatenschappen: goededoelenorganisaties ontvangen steeds meer inkomsten uit nalatenschappen, naar verwachting €86 miljard tot 2059.
  2. Evenementen: goededoelenorganisaties ontvangen steeds meer inkomsten uit evenementen zoals Alpe d’Huzes waar enthousiaste vrijwilligers sponsorgelden voor werven.
  3. Werknemersvrijwilligerswerk: bedrijven sponsoren steeds minder direct met geld, en sturen hun medewerkers liever op maatschappelijk verantwoord teamuitje zoals NL Doet.
  4. Vertrouwen onder druk: het traditioneel hoge niveau van vertrouwen in goededoelenorganisaties daalt structureel en lijdt incidenteel verlies door ophef over salarissen.
  5. Lokalisering: lokale nonprofit organisaties zoals musea en ziekenhuizen gaan fondsenwerven, internationale hulporganisaties ontvangen steeds minder.
  6. Dynamiek in geefgedrag: donateurs zijn steeds minder trouw aan goededoelenorganisaties en doen vaker incidentele giften zoals bij sponsoracties.
  7. Druk op het waterbed: de overheid bezuinigt en probeert burgers meer bij te laten bijdragen, onder meer door fiscale maatregelen zoals de Geefwet.
  8. Meer transparantie:  goededoelenorganisaties in het ANBI-register worden per 1 januari 2014 verplicht openheid te geven over hun financiën en beleid.
  9. Doe-het-zelf filantropie met crowdfunding: steeds vaker werven mensen geld voor hun eigen goede doel via sociale media en geefplatforms zoals Voordekunst.nl
  10. Mega-donors: terwijl de giften van het mediane huishouden afnemen, geven vermogende Nederlanders steeds meer.

1 Comment

Filed under charitable organizations, corporate social responsibility, crowdfunding, foundations, household giving, law, politics, taxes, trends, volunteering, wealth

New government coalition agreement: what’s the news for the voluntary sector?

Less than seven weeks after the general elections in the Netherlands – a record in the nation’s history – conservative party leader Mark Rutte and social democrat leader Diederik Samsom presented their new government coalition agreement on October 29, 2012. The agreement consists of 81 pages of policy decisions, including budget cuts amounting to $20 billion. So what’s the news for the voluntary sector in the agreement?

Well, that’s not very clear. The voluntary sector is not mentioned explicitly in the agreement. It is almost as if private action for the public good does not exist. There is no mention at all of philanthropy, charitable giving, donors, volunteering, volunteers, nonprofit organizations, or foundations. One has to read closely to find both the good and bad news for the voluntary sector.

First the good news: there is nothing in the agreement about the charitable deduction. This means it will be retained. Despite the recent advice of an income tax review committee to cut the charitable deduction, the coalition agreement does not mention the issue at all. The committee’s advice met with severe criticism from a variety of experts after its report was released.

Then the not so good news. The gambling market will be liberalized. As of 2015 all lottery permits will be handed out through an ‘auction or beauty contest’. This means that all lotteries, including state and charity lotteries, will have to compete for new permits. The auction will generate income for the state, at the expense of the lotteries. Also the competition makes funding for nonprofit organizations from lotteries uncertain.

Finally the bad news: funding for service learning programs in secondary education will be cut. The previous government introduced obligatory service learning programs for all students in secondary education, taking effect in 2012. With the first cohort of students just under way, the new government cuts funding for the programs. This means that the investments of schools into the development of the programs are lost and that the infrastructure cannot be financed anymore with government funds. It is likely that many schools will stop the programs that were popular among students. A striking detail is that the head of the commission that reviewed education policy changes in the past decade, Jeroen Dijsselbloem, is the new Minister of Finance. One of the recommendations of the Dijsselbloem committee was not to chance education policy unless rigorous research has shown positive effects of any new changes. The abolishment of service learning does not meet that criterion.

Leave a comment

Filed under charitable organizations, foundations, law, philanthropy, politics, volunteering

Politieke voorkeur en prosociale waardenorientaties

In veel situaties bevinden we ons in een sociaal dilemma waarin we moeten kiezen tussen ons eigen belang en het collectieve belang. Dit geldt bij uitstek in de politiek. Welke kiezers zijn geneigd tot samenwerking in sociale dilemma’s? Vlak voor de afgelopen Tweede Kamer verkiezingen verscheen er een artikel over deze vraag in de European Journal of Personality waaraan René Bekkers meewerkte samen met drie sociaal psychologen.

  • Van Lange, P.A.M., Bekkers, R., Chirumbolo, A. & Leone, L. (2012). ‘Are Conservatives Less Likely to be Prosocial Than Liberals? From Games to Ideology, Political Preferences and Voting’. European Journal of Personality, 26(5): 461-473. http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/per.845/abstract

Er blijken fundamentele verschillen te zijn tussen Nederlanders met een linkse en een rechtse politieke voorkeur in de mate waarin zij hun eigen belang laten prevaleren boven het collectieve belang. Dit blijkt onder meer uit de giften die zij doen aan goededoelenorganisaties. De Volkskrant berichtte erover in een paginagroot artikel in de wetenschapsbijlage onder de titel ‘Stemmen is geen keuze’. Onderbelicht bleven in dit artikel de invloed van religie – stemmers op Christelijke partijen laten minder snel het eigen belang prevaleren – en cultureel conservatieve stemmers – zij laten in sociale dilemma’s juist eerder het eigen belang prevaleren. Eerder besteedden we in het Geven in Nederland onderzoek al aandacht aan deze verschillen.

Leave a comment

Filed under altruism, charitable organizations, politics, psychology