Category Archives: law

Philanthropy: from Charity to Prosocial Investment

Contribution to the March 2016 edition of the European Research Network on Philanthropy (ERNOP) newsletter. PDF version here.

Philanthropy can take many forms. It ranges from the student who showed up at my doorstep with a collection tin to raise small contributions for legal assistance to the poor to the recent announcement by Facebook co-founder Mark Zuckerberg and his wife Priscilla Chan of the establishment of a $42 billion charitable foundation. The media focused on the question why Zuckerberg and Chan would put 99% of their wealth in a foundation. The legal form of the foundation allowed Zuckerberg to keep control over the shares without having to pay taxes. Leaving aside the difficult question what motivation the legal form confesses for the moment, my point is that a change is taking place in the face that philanthropy takes.

Entrepreneurial forms of philanthropy, manifesting a strategic investment orientation, become more visible. We see them in social impact bonds, in social enterprises, in venture philanthropy and in the investments of foundations in the development of new drugs and treatments. A reliable count of the prevalence of such prosocial investments is not available, but 2015 was certainly a memorable year: the first Ebola vaccine was produced in a lab funded by the Wellcome Trust and polio was eradicated from Africa through coordinated efforts supported by a coalition of the WHO, Unicef, the Rotary International Foundation, and the Bill and Melinda Gates Foundation.

Of course there are limitations to philanthropy. Some problems are just too big to handle, even for the wealthiest foundations on earth, using the most innovative forms of investments. The refugee crisis continues to challenge the resilience of Europe. NGOs are delivering relief aid in the most difficult circumstances. But these efforts are band aids, as long as political leaders are struggling to gather the will power to solve it together.

The Zuckerberg/Chan announcement revived previous critiques of philanthrocapitalism. Isn’t it dangerous to have so much money in so few hands? Can we rely on wealthy foundations to invest in socially responsible ways? Foundations are the freest institutions on earth and can take risks that governments cannot afford. But the track records of the corporations that gave rise to the current foundation fortunes are not immaculate, monopolizing markets and evading taxes. Wealthy foundations can have a significant impact on society and influence public policy, limiting the influence of governments. It is political will that enables the existence and facilitates the fortune of wealthy foundations. Ultimately, the realization that the interests of the people should not be harmed enables the activities of foundations. Hence the talk about the importance of giving back to society.

The sociologist Alvin Gouldner is famous for his 1960 article ‘The Norm of Reciprocity’, which describes how reciprocity works. He also wrote a second classic, much less known: ‘The Importance of Something for Nothing.’ In this follow-up (1973), he stresses the norm of beneficence: “This norm requires men to give others such help as they need. Rather than making help contingent upon past benefits received or future benefits expected, the norm of beneficence calls upon men to aid others without thought of what they have done or what they can do for them, and solely in terms of a need imputed to the potential recipient.” In a series of studies I co-authored with Mark Ottoni-Wilhelm, an economist from the Lilly Family School of Philanthropy at Indiana University, we call this norm ‘the principle of care’.

With this quote I return to the question about motivation. The letter to their daughter in which Zuckerberg and Chan announced their foundation reveals noble concerns for the future of mankind. It is not their child’s need that motivated them, but the needs of the world in which she is born. This is the genesis of true philanthropy. Pretty much like the awareness of need that the law student demonstrated at my doorstep.

References

Bekkers, R. & Ottoni-Wilhelm, M. (2016). Principle of Care and Giving to Help People in Need. European Journal of Personality.  

Gouldner, A.W. (1960). The Norm of Reciprocity: A Preliminary Statement. American Sociological Review, 25 (2): 161-178. http://www.jstor.org/stable/2092623

Gouldner, A.W. (1973). The Importance of Something for Nothing. In: Gouldner, A.W. (Ed.). For Sociology, Harmondsworth: Penguin.

Wilhelm, M.O., & Bekkers, R. (2010). Helping Behavior, Dispositional Empathic Concern, and the Principle of Care. Social Psychology Quarterly, 73 (1): 11-32.

Advertisements

Leave a comment

Filed under altruism, charitable organizations, foundations, law, philanthropy, principle of care, taxes

Een gedragscode voor werving nalatenschappen door goede doelen

In 1Vandaag zei ik op 19 februari dat er in Nederland geen gedragscode voor de werving van nalatenschappen bestaat. Dit blijkt niet waar, er is wel degelijk een richtlijn voor nalatenschappenwerving. In de regels van het Centraal Bureau Fondsenwerving voor het CBF-Keur en op de website van de VFI (Vereniging voor Fondsenwervende Instellingen), branchevereniging voor goede doelen, is deze richtlijn echter niet te vinden. De VFI heeft wel een richtlijn voor de afwikkeling van nalatenschappen. Maar die gaat over de afwikkeling, als het geld al binnen is. Niet over de werving van nalatenschappen.

Het blijkt dat de richtlijn voor de werving van nalatenschappen is gepubliceerd door een derde organisatie, het Instituut Fondsenwerving. Deze organisatie heeft in 2012 een richtlijn opgesteld voor fondsenwervende instellingen die nalatenschappen werven. De richtlijn is niet verplichtend. Het Instituut Fondsenwerving heeft ook een gedragscode waar haar leden zich aan hebben te houden, maar de richtlijn voor nalatenschappen heeft niet de status van gedragscode. Bij het Instituut Fondsenwerving zijn volgens de ledenlijst 231 goede doelen organisaties aangesloten (klik hier voor een overzicht in Excel). Het Leger des Heils is lid van het IF, maar de Zonnebloem niet. Ook andere grote ontvangers van nalatenschappen, zoals KWF Kankerbestrijding, ontbreken op de ledenlijst. Zij zijn wel lid van de VFI, dat 113 leden en 11 aspirant leden telt.

De VFI reageerde op de uitzending via haar website en vermeldde de richtlijn van het Instituut Fondsenwerving. De status van de richtlijn is in de reactie opgehoogd naar een gedragscode. Dit zou betekenen dat leden die zich niet aan de richtlijn houden, kunnen worden geroyeerd. Gosse Bosma, directeur van de VFI, zei overigens in de 1Vandaag uitzending dat de VFI niet is nagegaan of de betrokken leden zich aan de richtlijn hebben gehouden en dat ook niet nodig te vinden. Het IF zelf heeft niet gereageerd. Ook de ontvangende goede doelen, de Zonnebloem en het Leger des Heils, reageerden deze week via het vaktijdschrift voor de filantropie, Filanthropium. Zij verklaarden zich bereid onrechtmatigheden te corrigeren. Wordt ongetwijfeld vervolgd in de volgende fase van deze zaak, of wanneer een nieuwe zaak zich aandient.

 

Leave a comment

Filed under bequests, charitable organizations, fundraising, incentives, law, philanthropy, regulation

Wat zegt het CBF-Keur voor goede doelen?

Het Financieel Dagblad besteedt een lang artikel aan de betekenis van het CBF-Keur voor goede doelen naar aanleiding van de vraag: “Waar blijft mijn gedoneerde euro?” Het “keurmerk en boekhoudregels zijn geen garantie voor een zinvolle besteding”, volgens de krant. Verderop in het artikel staat mijn naam genoemd bij de stelling dat het CBF-Keur ‘fraude of veel te hoge kosten niet uitsluit’ en zelfs dat het ‘nietszeggend’ zou zijn. Inderdaad zegt het feit dat een goed doel over het CBF-Keur beschikt niet dat de organisatie perfect werkt. Het maakt fraude niet onmogelijk en dwingt organisaties ook niet altijd tot de meest efficiënte besteding van beschikbare middelen. In het verleden zijn misstanden bij verschillende CBF-Keurmerkhouders in het nieuws gekomen, die bij sommige organisaties hebben geleid tot intrekking van het keurmerk.

Maar helemaal ‘nietszeggend’ is het CBF-Keur ook weer niet. Zo denk ik er ook niet over. Het CBF-Keur zegt wel degelijk wat. Voordat een organisatie het CBF-Keur mag voeren moet het een uitgebreide procedure door om aan eisen te voldoen aan financiële verslaggeving, onafhankelijkheid van het bestuur, kosten van fondsenwerving, en de formulering van beleidsplannen. Dit zijn relevante criteria. Zij zorgen ervoor dat je als donateur erop kunt vertrouwen dat de organisatie op een professionele manier werkt. Het CBF-Keur zegt alleen niet zoveel over de efficiëntie van de bestedingen van een goed doel. Veel mensen denken dat wel, zo constateerden we in onderzoek uit 2009.

Het is lastige materie. Garantie krijg je op een product dat je koopt in de winkel, waardoor je het terug kunt brengen als het niet functioneert of binnen korte tijd stuk gaat. Zulke garanties zijn moeilijk te geven voor giften aan goede doelen. Een dergelijke garantie zou je alleen kunnen geven als de kwaliteit van het werk van goede doelenorganisaties gecontroleerd kan worden en er een minimumeis voor te formuleren valt. Dat lijkt mij onmogelijk. Het CBF-Keur is niet zoiets als een rijbewijs dat je moet hebben voordat je een auto mag besturen. De markt voor goede doelen is vrij toegankelijk; iedereen mag de weg op. Sommige goede doelen hebben een keurmerk, maar dat zegt vooral hoeveel ze betaald hebben voor de benzine, in wat voor auto ze rijden en wie er achter het stuur zit. Het zegt nog niet zoveel over de hoeveelheid ongelukken die ze ooit hebben mee gemaakt of veroorzaakt, en of dat de kortste of de snelste weg is.

Vorig jaar stelde de commissie-De Jong voor om een autoriteit filantropie in te stellen, die organisaties zou gaan controleren voordat ze de markt voor goede doelen op mogen. Er zou een goede doelen politie komen die ook op de naleving van de regels mag controleren en boetes mag uitdelen. Dat voorstel was te duur voor de overheid. Voor de goede doelen was het onaantrekkelijk omdat zij aan nieuwe regels zouden moeten gaan voldoen. Bovendien was het niet duidelijk of die nieuwe regels ook echt het aantal ongelukken zou verlagen. Het is op dit moment überhaupt niet duidelijk hoe goed de bestuurders van goede doelen de weg kennen en hoeveel ongelukken ze maken. Een beter systeem zou moeten beginnen met een meting van het aantal overtredingen in het goede doelen verkeer en een telling van het aantal bestuurders met en zonder rijbewijs. Vervolgens zou het goed zijn om een rijopleiding op te zetten die iedereen die de markt op wil kan volgen en in staat stelt de vaardigheden op te doen waarover elke bestuurder moet beschikken. Ik hoop dat het artikel in het Financieel Dagblad tot een discussie leidt die dit duidelijk maakt.

Intussen heeft het CBF gereageerd met de verzekering dat er gewerkt wordt aan uitwerking van richtlijnen voor ‘reactief toezicht op prestaties’. Ook de VFI, branchevereniging voor goede doelen, kwam met een reactie van die strekking. Dat is goed nieuws. Maar die nieuwe richtlijnen zijn er nog lang niet. In de tussentijd geeft het CBF keurmerken af en publiceren de Nederlandse media – die na Finland de meest vrije ter wereld zijn – af en toe een flitspaalfoto van wegmisbruikers. Dat lijkt voldoende te zijn om het goede doelen verkeer zichzelf te laten regelen en de ergste ongelukken te voorkomen. Want die zijn er maar weinig.

Leave a comment

Filed under charitable organizations, fraud, household giving, impact, incentives, law, philanthropy, policy evaluation, politics

Valkuilen in het nieuwe systeem van toezicht op goededoelenorganisaties

Deze bijdrage verscheen op 27 januari op Filanthropium.nl.
Dank aan Theo Schuyt voor commentaar op een eerdere versie van dit stuk en aan Sigrid Hemels en Frans Nijhof voor correcties van enkele feitelijke onjuistheden. PDF? Klik hier.

De contouren van het toezicht op goededoelenorganisaties in de toekomst worden zo langzamerhand duidelijk. Het nieuwe systeem is een compromis dat op termijn veel kan veranderen, maar net zo goed een faliekante mislukking kan worden.

Hoe ziet het nieuwe systeem eruit?
In opdracht van de Minister van Veiligheid en Justitie heeft de Commissie De Jong een voorstel gedaan voor een nieuw systeem. De commissie stelt voor een Autoriteit Filantropie op te richten die de fondsenwervende goededoelenorganisaties moet registreren. De autoriteit is een nieuw orgaan dat onder het ministerie van Veiligheid en Justitie valt, maar eigen wettelijke bevoegdheden krijgt. Burgers kunnen de registratie online raadplegen. Het uitgangspunt van het nieuwe systeem is een kostenbesparing. Geregistreerde goededoelenorganisaties hoeven geen keurmerk meer aan te vragen en krijgen automatisch toegang tot de markt voor fondsenwerving. Organisaties die geen fondsen werven zoals vermogensfondsen en organisaties die alleen onder hun leden fondsen werven zoals kerken hoeven zich niet te registreren. De autoriteit maakt de huidige registratie van Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s) door de belastingdienst grotendeels overbodig.

Winnaars en verliezers
Het nieuwe systeem is een overwinning voor vijf partijen: de vermogensfondsen, de kerken, de bekende goededoelenorganisaties, het Ministerie van Veiligheid en Justitie, en de Belastingdienst. De meeste vermogensfondsen en de kerken winnen in het nieuwe systeem omdat zij niet door de registratie heen hoeven wanneer zij geen fondsen werven onder het publiek. Zij blijven als ANBI’s geclassicificeerd bij de belastingdienst. De bekende goededoelenorganisaties winnen in het systeem omdat zij invloed krijgen op de criteria die voor registratie zullen gaan gelden. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie wint omdat zij volledige controle krijgt over goededoelenorganisaties. De Belastingdienst wint omdat zij afscheid kan nemen van een groot aantal werknemers die voor de registratie van goededoelenorganisaties zorgden.

De verliezers in het nieuwe systeem zijn de huidige toezichthouders op goededoelenorganisaties (waaronder het Centraal Bureau Fondsenwerving , CBF) en de kleinere goededoelenorganisaties. Het CBF verliest klanten omdat de nieuwe registratie gaat gelden als toegangsbewijs voor de Nederlandse markt voor fondsenwerving en daarmee het keurmerk van het CBF (en een aantal andere, minder bekende, keurmerken) overbodig maakt. De autoriteit filantropie krijgt de mogelijkheid overtreders te beboeten. De Belastingdienst heeft deze mogelijkheid in het huidige systeem niet, zij kan alleen de ANBI-status intrekken. Ook het CBF kan geen boetes innen, maar alleen het keurmerk intrekken.

De criteria waarop potentiële gevers goededoelenorganisaties kunnen gaan beoordelen zijn nog niet geformuleerd. Omdat de kleinere goededoelenorganisaties in Nederland niet of niet goed georganiseerd zijn is het lastig om hun belangen in de autoriteit filantropie een stem te geven. Het gevaar dreigt dat de grotere goededoelenorganisaties de overhand krijgen in de discussie over de regels. Ook is onduidelijk hoe streng de controle gaat worden. De belastingdienst gaat deze controle in ieder geval niet meer doen. De commissie stelt voor dat vooral voorafgaand aan de registratie controle plaatsvindt.

De winst- en verliesrekening voor de burger – als potentiële gever en belastingbetaler – is minder duidelijk. De kosten van de hele operatie zijn niet berekend. De commissie stelt voor dat alle organisaties die zich registreren om toegang te krijgen tot de Nederlandse markt voor fondsenwerving mee gaan betalen. Het ANBI-register telt momenteel zo’n 60.000 inschrijvingen; een deel betreft organisaties die zich in het nieuwe systeem niet meer hoeven te registreren (kerken, vermogensfondsen). Als er 20.000 registraties overblijven kan het nieuwe systeem voor de goededoelenorganisaties aanmerkelijk goedkoper worden. Op dit moment betalen 269 landelijk wervende goededoelenorganisaties voor het CBF-keurmerk. In het huidige systeem worden alle keurmerkhouders gecontroleerd. De autoriteit zal slechts steekproefsgewijs en bij klachten controles uitvoeren.

Gebrekkige probleemanalyse
Het advies vertrekt vanuit de probleemanalyse dat het vertrouwen in goededoelenorganisaties daalt door schandalen en affaires. Deze analyse is niet goed onderbouwd. De publieke verontwaardiging over de salariëring van (interim)managers zoals bij Plan Nederland en de Hartstichting in 2004 en het breken van (onmogelijke) beloften over gratis fondsenwerving zoals bij Alpe D’huZes vorig jaar bedreigen vooral de inkomsten van getroffen organisaties, niet de giften aan de goededoelensector als geheel. Het vertrouwen in goededoelenorganisaties daalt al tijden structureel, zo blijkt uit het Geven in Nederland onderzoek van de Vrije Universiteit en de peilingen van het Nederlands Donateurs Panel.

Vervolgens stelt het advies dat het doel van een nieuw systeem is om het vertrouwen in goededoelenorganisaties onder burgers te vergroten. Dat burgers in vertrouwen moeten kunnen geven door het nieuwe systeem lijkt een legitiem doel. Het is echter de vraag of overheid de imago- en communicatieproblemen van de goededoelensector op moet lossen. We zouden de sector daar immers ook zelf verantwoordelijk voor kunnen houden, zoals in de Verenigde Staten gebeurt. Voor het imago van de overheid en het vertrouwen in de politiek is het echter verstandig de controle op organisaties die fiscale voordelen krijgen waterdicht te maken, zodat er geen vragen komen over de doelmatigheid van de besteding van belastinggeld. Daarnaast is het vanuit de politieke keuze voor de participatiesamenleving verstandig meer inzicht te vragen in de prestaties van goededoelenorganisaties. Als burgers zelf meer verantwoordelijkheid krijgen voor het publiek welzijn via goededoelenorganisaties willen we wel kunnen zien of zij die verantwoordelijkheid inderdaad waarmaken. Dat zou via het register van de Autoriteit Filantropie kunnen.

Nieuw systeem zorgt niet automatisch voor meer vertrouwen
Het is echter de vraag of de burger door het nieuwe systeem ook inderdaad weer meer vertrouwen krijgt in goededoelenorganisaties. Het advies van de Commissie de Jong heeft veel details van het nieuwe systeem nog niet ingevuld. Vertrouwen drijft op de betrouwbaarheid van de controlerende instantie. Die organisatie moet onafhankelijk én streng zijn. Conflicterende belangen bedreigen het vertrouwen. Als de te controleren organisaties vertegenwoordigd zijn in de autoriteit of haar activiteiten kunnen beïnvloeden is zij niet onafhankelijk. Een gebrek aan controle is eveneens een risicofactor voor het publieksvertrouwen, vooral als er later problemen blijken te zijn. Het is belangrijk dat de autoriteit proactief handelt en niet slechts achteraf na gebleken onregelmatigheden een onderzoek instelt.

Blijkbaar is er iets mis met de huidige controle. De probleemanalyse van de commissie de Jong gaat ook op dit punt kort door de bocht. Het advies omschrijft niet hoe de controle op goededoelenorganisaties op dit moment plaatsvindt. De commissie analyseert evenmin wat de problemen zijn in het huidige systeem. Op dit moment gebeurt de controle op goededoelenorganisaties niet door de overheid. De belastingdienst registreert ‘Algemeen nut beogende instellingen’ (ANBI’s), maar controleert deze instellingen nauwelijks als ze eenmaal geregistreerd zijn.

Sterke en zwakke punten van het huidige systeem
In feite heeft de overheid de controle op goededoelenorganisaties nu uitbesteed aan een vrije markt van toezichthouders. Dit zijn organisaties zoals het CBF die keurmerken verstrekken. In theorie is dit een goed werkend systeem omdat de vrijwillige deelname een signaal van kwaliteit geeft aan potentiële donateurs. Goededoelenorganisaties kunnen ervoor kiezen om aan eisen te voldoen die aan deze keurmerken zijn verbonden. Organisaties die daarvoor kiezen willen en kunnen openheid geven; de organisaties die dat niet doen laden de verdenking op zich dat zij minder betrouwbaar zijn. Het systeem werkt als de toezichthouder onafhankelijk is, de controle streng, en de communicatie daarover effectief. Het CBF heeft in de afgelopen jaren echter verzuimd om de criteria scherp te hanteren en uit te leggen aan potentiële donateurs. Het CBF-Keur stelt bijvoorbeeld geen maximum aan de salarissen van medewerkers. Ook bij de onafhankelijkheid kunnen vragen worden gesteld. De grote goededoelenorganisaties zijn met twee afgevaardigden van de VFI vertegenwoordigd in het CBF, en zijn daarnaast in feite klanten die betalen voor de kosten van het systeem. Zij hebben er belang bij de eisen niet aan te scherpen omdat dan de kosten te hoog oplopen.

Twee valkuilen
In het nieuwe systeem dreigen zowel de onafhankelijkheid als de pakkans voor problemen te zorgen. De commissie laat het aan de autoriteit over om te bepalen welke regels zullen worden gehanteerd. Maar wie komen er in die autoriteit? De commissie beveelt aan ‘diverse belanghebbenden (sector, wetenschap, overheid)’ in het bestuur van de autoriteit te laten vertegenwoordigen. Het is echter onduidelijk welke partijen er in de autoriteit precies zitting krijgen, en in welke machtsverhoudingen. Wel is duidelijk dat de autoriteit in eerste instantie uitgaat van het zelfregulerend vermogen van de sector. De goededoelenorganisaties mogen dus zelf met voorstellen komen voor de regels. De commissie legt de verantwoordelijkheid voor de vaststelling van de regels vervolgens bij de overheid, en meer in het bijzonder bij de Minister van Veiligheid en Justitie. Het is dan de vraag in hoeverre de minister gevoelig is voor de lobby van goededoelenorganisaties.

De commissie stelt ook voor de controle op grond van risicoanalyses uit te voeren en om af te gaan op klachten. Dat kan in de praktijk voldoende blijken te zijn. Het nieuwe systeem neemt echter als uitgangspunt de kosten te minimaliseren. Deze kosten moeten bovendien door de te controleren goededoelenorganisaties worden opgebracht. Zij krijgen er belang bij de controle licht en oppervlakkig mogelijk te maken. Als er onvoldoende controle plaatsvindt, zoals in de Verenigde Staten het geval is, zullen ook geregistreerde organisaties onbetrouwbaar blijken te zijn. Dit is natuurlijk helemaal desastreus voor het vertrouwen.

De commissie de Jong stelt bovendien voor dat alle fondsenwervende goededoelenorganisaties van enige betekenisvolle omvang verplicht geregistreerd worden. Het nieuwe systeem biedt geen zicht op de prestaties van vermogensfondsen en kerken omdat zij onder de belastingdienst blijven vallen. Zij krijgen een voorkeursbehandeling omdat zij geen fondsen werven, of alleen onder leden. Dit is een oneigenlijk argument. Het criterium van algemeen nut betreft niet de herkomst van de fondsen, maar de prestaties. Ook de activiteiten van kerken en vermogensfondsen moeten ten goede komen aan het algemeen nut.

Het middel van verplichte registratie is waarschijnlijk niet effectief in het vergroten van het publieksvertrouwen. Een verplichte registratie heeft geen signaalfunctie voor potentiële donateurs. Als alle goededoelenorganisaties aan de eisen voldoen, zijn ze dan allemaal even betrouwbaar? Dat is niet erg waarschijnlijk. Ofwel de lat wordt in het nieuwe systeem zo laag gelegd dat alle organisaties er overheen kunnen springen, ofwel de lat wordt op papier weliswaar hoog gelegd maar in de praktijk stelt de controle niets voor.

Het zou veel beter zijn de autoriteit een vrijwillig sterrensysteem te laten ontwerpen waarin donateurs kunnen zien hoe professioneel de organisatie is aan het aantal sterren die onafhankelijke controle heeft opgeleverd. Donateurs kunnen dan professionelere organisaties verkiezen, voor zover ze bereid zijn daarvoor te betalen tenminste. Geld werven kost geld, en geld effectief besteden ook. Met een financiële bijsluiter kan de autoriteit filantropie inzichtelijk maken wat de te verwachten risico’s zijn van private investeringen in goededoelenorganisaties. Zo dwingt de markt de goededoelenorganisaties tot concurrentie op prestaties voor het publiek welzijn. Een waarlijk onafhankelijke autoriteit die scherp controleert op naleving van (naar keuze) strenge of minder strenge regels is ook binnen die contouren mogelijk en lijkt mij gezien de maatschappelijke betekenis van de filantropie in Nederland van belang.

2 Comments

Filed under charitable organizations, corporate social responsibility, foundations, fraud, household giving, incentives, law, philanthropy, policy evaluation, politics, taxes, trends, trust

Overheid vermindert giften aan ontwikkelingssamenwerking door bezuinigingen

Drie nieuwe onderzoeksresultaten verminderen de hoop dat burgers de overheidsbezuinigingen op internationale hulporganisaties zullen compenseren door meer giften:

  1. Bezuinigingen verminderen de investeringen van hulporganisaties in fondsenwerving;
  2. Mensen geven liever aan doelen die anderen ook steunen;
  3. Er zijn meer Nederlanders die zeggen dat ze mee zullen bezuinigen dan Nederlanders die meer zullen geven als de overheid bezuinigt.

Deze drie resultaten presenteerde ik vandaag op een seminar van NCDO in Den Haag. Meer details staan hier.

Leave a comment

Filed under altruism, charitable organizations, disaster relief, experiments, household giving, law, politics

Tien Filantropie Trends

  1. Nalatenschappen: goededoelenorganisaties ontvangen steeds meer inkomsten uit nalatenschappen, naar verwachting €86 miljard tot 2059.
  2. Evenementen: goededoelenorganisaties ontvangen steeds meer inkomsten uit evenementen zoals Alpe d’Huzes waar enthousiaste vrijwilligers sponsorgelden voor werven.
  3. Werknemersvrijwilligerswerk: bedrijven sponsoren steeds minder direct met geld, en sturen hun medewerkers liever op maatschappelijk verantwoord teamuitje zoals NL Doet.
  4. Vertrouwen onder druk: het traditioneel hoge niveau van vertrouwen in goededoelenorganisaties daalt structureel en lijdt incidenteel verlies door ophef over salarissen.
  5. Lokalisering: lokale nonprofit organisaties zoals musea en ziekenhuizen gaan fondsenwerven, internationale hulporganisaties ontvangen steeds minder.
  6. Dynamiek in geefgedrag: donateurs zijn steeds minder trouw aan goededoelenorganisaties en doen vaker incidentele giften zoals bij sponsoracties.
  7. Druk op het waterbed: de overheid bezuinigt en probeert burgers meer bij te laten bijdragen, onder meer door fiscale maatregelen zoals de Geefwet.
  8. Meer transparantie:  goededoelenorganisaties in het ANBI-register worden per 1 januari 2014 verplicht openheid te geven over hun financiën en beleid.
  9. Doe-het-zelf filantropie met crowdfunding: steeds vaker werven mensen geld voor hun eigen goede doel via sociale media en geefplatforms zoals Voordekunst.nl
  10. Mega-donors: terwijl de giften van het mediane huishouden afnemen, geven vermogende Nederlanders steeds meer.

1 Comment

Filed under charitable organizations, corporate social responsibility, crowdfunding, foundations, household giving, law, politics, taxes, trends, volunteering, wealth

Dag van de Filantropie en Boekpresentatie Geven in Nederland 2013 op 25 april

Op de Dag van de Filantropie 2013 – het jaarlijks terugkerend evenement op de laatste donderdag van april – is dit jaar het boek ‘Geven in Nederland 2013’ gepresenteerd. Dit jaar kreeg een bijzonder tintje door het aanvaarden van een bijzondere leerstoel met het uitspreken van de rede ‘De maatschappelijke betekenis van filantropie’ door René Bekkers.

Kiezen om te Delen: Filantropie in Tijden van Economische Tegenwind

Nu het economisch niet voor de wind gaat zien we allerlei verschuivingen in de filantropie in Nederland. We zien een  terugval in het geefgedrag en verschuivingen in bestedingen van bedrijven en huishoudens. Zij moeten bewustere keuzes maken; onderscheid maken tussen wat écht belangrijk is en wat niet. De dynamiek binnen de bronnen van filantropische bijdragen en maatschappelijke doelen vormden het hoofdthema van het symposium. De presentatie van het onderzoek naar geefgedrag door huishoudens en vermogende Nederlanders vindt u hier. De resultaten van het onderzoek naar bedrijven, sociale normen rond filantropie en de trends in de cijfers van de bijdragen van huishoudens, bedrijven, en loterijen vindt u later op de Geven in Nederland website.

De Maatschappelijke Betekenis van Filantropie

De groeiende aandacht voor filantropie wordt meestal verklaard uit het feit dat de overheid moet bezuinigingen. Men vergeet echter dat de sector filantropie zich vanaf begin jaren ‘90 in rap tempo heeft ontwikkeld. Het “Geven in Nederland”onderzoek maakt deel uit van deze ontwikkeling. Van bezuinigingen was in die periode geen sprake, eerder het tegendeel. Particulier initiatief liet weer van zich horen. Met het sluiten van het Convenant “Ruimte voor Geven” in juni 2011 tussen het kabinet en de sector filantropie is een nieuwe situatie ontstaan, waarin filantropie de ruimte krijgt om meer maatschappelijke betekenis te krijgen.

Wat is de maatschappelijke betekenis van filantropie? Die vraag beantwoordt René Bekkers in zijn oratie. Bekkers is per 1 januari 2013 aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam aangesteld als bijzonder hoogleraar Sociale aspecten van prosociaal gedrag. De leerstoel is mede mogelijk gemaakt door de Van der Gaag Stichting van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) voor een periode van vijf jaar. Bekkers gaat in op de herkomst en bestemming van filantropie in de samenleving. Waarom zien we meer filantropie in sommige sociale groepen, landen en perioden dan in andere? In welke sociale omstandigheden doen mensen vrijwilligerswerk en geven ze geld aan goededoelenorganisaties? In welke mate en in welke omstandigheden zullen Nederlanders overheidsbezuinigingen op kunst en cultuur, internationale hulp en andere doelen compenseren?

De volledige tekst van de oratie vindt u hier.

Leave a comment

Filed under altruism, charitable organizations, corporate social responsibility, empathy, foundations, helping, household giving, law, methodology, philanthropy, principle of care, taxes, trust