Category Archives: economics

De veerkracht van de filantropie

[*]

Deze tekst als pdf downloaden

Burgerkracht, lokale actie, de doe-democratie, de participatiesamenleving: we komen deze termen steeds vaker tegen in de politiek, de media en beleidsstukken van de overheid en adviesorganen. De termen fungeren in een fundamenteel debat over de verdeling van verantwoordelijkheid van burgers en de overheid voor het welzijn van anderen en de samenleving. Het uitgangspunt van deze stukken is de autonome, zelfredzame burger, die geen overheidsregeling nodig heeft om voor zichzelf, de eigen omgeving en de samenleving te zorgen.

Bij dit uitgangspunt past de filantropie, gedefinieerd als vrijwillige bijdragen van geld en tijd aan het algemeen nuttige doelen zoals gezondheid, cultuur, onderwijs, natuur en levensbeschouwing. Die bijdragen komen niet alleen van levende burgers, maar ook van overledenen (via nalatenschappen), van bedrijven, vermogensfondsen, en van goededoelenloterijen. In 2013 ging er in de filantropie in totaal zo’n €4,4 miljard om. In 2011 spraken het kabinet en de sector filantropie af intensiever samen te werken aan de kwaliteit van de samenleving. Door het activerende beleid doet de overheid een groter beroep op vrijwillige bijdragen in de vorm van geld en tijd en neemt de maatschappelijke betekenis van filantropie toe.

In theorie biedt voorziening van maatschappelijke doelen en collectieve arrangementen uit vrijwilligheid een voordeel boven verplichting via belasting of een andere vrijheidsbeperking. Via vrijwillige bijdragen krijgen burgers meer controle over de kwaliteit van de samenleving en kunnen ze daar ook met recht trots op zijn. Burgers dragen liever vrijwillig bij aan maatschappelijke doelen dan via een verplichte belasting of via verplichte maatschappelijke dienstverlening.

De voorkeur voor vrijwillige bijdragen is niet alleen psychologisch in de vorm van een ‘goed gevoel’. Een experiment van Harbaugh, Mayr en Burghart (2007) maakte deze voorkeur zichtbaar door middel van hersenscans van Amerikaanse vrouwen die een grotere activiteit in het ‘genotscentrum’ in de hersenen vertoonden als zij een bedrag aan een goed doel gaven dan wanneer hetzelfde bedrag namens hen door de experimentleiders werd gegeven. Er kan ook voor burgers een materieel voordeel zitten aan vrijwillige bijdragen in de vorm van vrijwilligerswerk. Er is veel onderzoek dat laat zien dat vrijwilligers gelukkiger zijn, grotere sociale netwerken hebben, langer gezond blijven en uiteindelijk langer leven dan maatschappelijk minder betrokken burgers.

Filantropie verhoogt de kwaliteit van leven omdat zij zich richt op de aanpak van maatschappelijke problemen en de realisatie van maatschappelijke idealen. Het besef groeit dat effectieve oplossingen een goede samenwerking tussen overheden, bedrijven en burgers vereisen. Een eenzijdige aanpak van bovenaf door een nationale overheid ligt steeds minder voor de hand. Bijdragen van burgers en bedrijven, in de vorm van maatschappelijk verantwoord ondernemen, vrijwilligerswerk, crowdfunding en actieve burgerparticipatie zijn welkom op uiteenlopende gebieden als integratie, cultuur, zorg, veiligheid, natuurbehoud en duurzaamheid.

De aandacht voor filantropie van de overheid is een herontdekking van een rijk verleden. Een mooi historisch voorbeeld is de manier waarop volgens de Amerikaanse journalist Russell Shorto (2005) de bouw van de Walstraat in Nieuw Amsterdam werd gefinancierd. Op Wall Street in New York, waar nu het centrum van het kapitalisme is gevestigd, stond ooit een muur die de inwoners van de stad tegen de indianen, de Engelsen en de Zweden moest beschermen. Omdat er geen overheid was die belasting kon heffen werd de bouw van de wal gefinancierd met vrijwillige bijdragen van de burgers van Nieuw Amsterdam, waarbij van de meer vermogende inwoners een grotere bijdrage werd verwacht. Zij hadden ook meer te verliezen bij een inval. Latere voorbeelden, dichterbij huis, zijn het Vondelpark, de Vrije Universiteit en de grote musea in Amsterdam: voor een groot deel gefinancierd met schenkingen van vermogende particulieren.

Met het beroep op burgers keert de overheid terug naar deze tijden. De omstandigheden zijn in sommige opzichten gelijkaardig. Opnieuw is er grote welvaart in Nederland, die opnieuw zeer ongelijk verdeeld is. Er zijn echter ook grote verschillen. De vraag om vrijwillige bijdragen komt in een tijd waarin burgers gewend zijn aan een overheid die voor hen zorgt. Bovendien komt de vraag in een tijd van economische onzekerheid en bezuinigingen op overheidsuitgaven. Het beroep op vrijwillige bijdragen vraagt veerkracht van burgers. De Rockefeller Foundation (2015) definieert veerkracht als de capaciteit van mensen, gemeenschappen en instituties om zich voor te bereiden op schokken en langdurige belasting, zich daar tegen te verzetten en ervan te herstellen. Veerkracht komt niet alleen tot uiting in zelfredzaamheid, maar ook in het mobiliseren van hulp en het aanboren van nieuwe hulpbronnen. Het gevoel van gemeenschap, het besef dat je met elkaar meer kunt bereiken dan alleen, en het vertrouwen in anderen helpen daar bij. Deze factoren zijn ook cruciaal voor de filantropie.

De sector filantropie is in Nederland in de afgelopen decennia niet gegroeid vanuit tegenslag en bedreiging. Integendeel. In de jaren ’90 hadden we geen last van crisis en groeide de sector als kool, nog veel harder dan de economie. De sector organiseerde en professionaliseerde zich. Er kwamen brancheverenigingen, gedragscodes, keurmerken, toezichthouders, er kwamen opleidingen en er kwam onderzoek dat de sector filantropie in kaart bracht. Die gehele ontwikkeling vond plaats in het laatste decennium van de jaren ’90 zonder dat er grote problemen waren. De filantropie is groot geworden in een tijd van voorspoed, zonder veel bemoeienis en grotendeels buiten het blikveld van de overheid. Vanuit de betrokkenheid van Nederlanders. Niet zozeer om maatschappelijke problemen op te lossen, maar ook – en misschien wel vooral – om idealen te verwezenlijken. Filantropie is de uiting bij uitstek van de veerkracht van de samenleving. Uit de filantropie van een samenleving blijkt waar burgers om geven, wat zij goede doelen vinden en hoeveel zij ervoor over hebben.

De economische crisis waarin Nederland in 2009 terecht is gekomen heeft een beroep gedaan op de veerkracht van burgers. Het zijn niet zozeer de korte termijn fluctuaties in de hoogte van inkomens, de werkloosheid of het consumentenvertrouwen die samenhangen met de lange termijn trend in het geefgedrag. Het gaat eerder om de economische zekerheid op de lange termijn: de waarde van giften van geld aan goede doelen houdt sinds 1965 gelijke tred met de ontwikkeling van de vermogens van Nederlanders. Sinds 1985 volgt de ontwikkeling in de hoogte van de giften in Nederland vrijwel exact de ontwikkeling in de hoogte van de waarde van onroerend goed.

consumptie_filantropie_onroerendgoed_08_13

Consumptieve bestedingen van huishoudens (nationaal) en totaal vermogen van huishoudens in de vorm van onroerend goed volgens het CBS en de waarde van filantropie door huishoudens volgens Geven in Nederland (niet gecorrigeerd voor inflatie)

De filantropie in Nederland lijkt minder gevoelig te zijn voor economische tegenwind dan die van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, waar de inkomsten voor goededoelenorganisaties flink daalden in 2008 en 2009 en daarna nauwelijks stegen. Pas in 2012 zagen de goededoelenorganisaties in de VS hun inkomsten weer toenemen. In Nederland bleef het recessie-effect uit tot 2011. Bovendien was het effect beperkt. We zien nu in 2013 weer een stijging van de giften. Dit is opmerkelijk omdat de waarde van onroerend goed in 2013 nog daalde. Ook de betrokkenheid van bedrijven bij goede doelen blijft hoog, ondanks de crisis. Het totaalbedrag aan giften en sponsoring is vrijwel gelijk gebleven.

Ook het overheidsbeleid van de afgelopen jaren heeft voor terugslag gezorgd. De overheid heeft taken gedecentraliseerd naar gemeenten, waardoor een groter beroep wordt gedaan op burgers om voor henzelf en hun naasten te zorgen. In de nieuwe cijfers over vrijwilligerswerk zien we een achteruitgang. In 2010 deed nog 41% vrijwilligerswerk, in 2014 is dat gedaald naar 37%. Ook het aantal uren dat vrijwilligers actief zijn is gedaald, naar 18 uur per maand. In 2012 was dit nog 21 uur. We zien wel veerkracht onder de loyale groep vrijwilligers, die juist actiever is geworden. Er is echter een grens aan de inzet van de trouwe vrijwilliger. Het toenemende belang dat de overheid in de participatiesamenleving aan mantelzorg en informele hulp hecht vormt op termijn een bedreiging voor het vrijwilligerswerk. We zien in het Geven in Nederland onderzoek dat informele hulp, mantelzorg en vrijwilligerswerk communicerende vaten zijn. Het hemd is dan nader dan de rok. Mensen stoppen vaker met vrijwilligerswerk als ze mantelzorgtaken erbij krijgen.

De overheid heeft bezuinigd op subsidies voor specifieke goededoelenorganisaties. Met name in de cultuursector hebben instellingen lastige keuzes moeten maken. Door de bezuinigingen op culturele instellingen is een beroep gedaan op de veerkracht in de sector cultuur. We zien hier grote verschillen tussen instellingen. De grotere musea van ons land zijn met behoud van subsidie in staat geweest om ook nog meer geld uit de markt te halen. Voor veel andere instellingen staan de inkomsten door bezuinigingen onder druk en zij lijken nog niet goed in staat meer inkomsten uit fondsenwerving en commerciële inkomsten te halen. Helaas blijkt ook bij de gevers de veerkracht beperkt te zijn. Vooralsnog zijn de bezuinigingen op culturele instellingen veel groter dan de toename in de giften aan culturele instellingen. Vermogende gevers zijn niet van plan meer te gaan geven aan cultuur.

De komende jaren zal duidelijk worden of vrijwillige bijdragen voldoende zijn om de schokken op te vangen die de economische crisis en de bezuinigingen door de overheid hebben veroorzaakt.  Zijn we als samenleving in staat deze betrokkenheid te mobiliseren? De aantrekkingskracht van het werk van goededoelenorganisaties is daarbij niet voldoende. Vermogende particulieren verlangen een meer zakelijke manier van werken dan gebruikelijk is bij veel goede doelen en hebben behoefte aan nieuwe financiële instrumenten die zakelijke investeringen in de kwaliteit van de samenleving mogelijk maken. Denk daarbij aan crowdfunding, social impact bonds, en ‘venture philanthropy’. De lage rentestand maken deze alternatieve vormen van investeren aantrekkelijker. In de geest van het convenant uit 2011 zou de sector filantropie in overleg met de overheid en het bedrijfsleven deze instrumenten verder moeten ontwikkelen.

Literatuur

Bekkers, R., Schuyt, T.N.M. & Gouwenberg, B.M. (2015, Red). Geven in Nederland 2015: Giften, Nalatenschappen, Sponsoring en Vrijwilligerswerk. Amsterdam: Reed Business.

Harbaugh, W.T. , Mayr , U., & Burghart, D.R. (2007). Neural responses to taxation and voluntary giving reveal motives for charitable donations. Science, 316: 1622-1625.

Rockefeller Foundation (2015). Resilience. https://www.rockefellerfoundation.org/our-work/topics/resilience/

Shorto, R. (2005). The Island At the Center of the World. New York: Random House/Vintage.

[*] Deze bijdrage is deels gebaseerd op gegevens uit Geven in Nederland 2015 (Bekkers, Schuyt & Gouwenberg, 2015).

1 Comment

Filed under altruism, Center for Philanthropic Studies, charitable organizations, economics, foundations, household giving, Netherlands, philanthropy, taxes, Uncategorized, volunteering

VU University Amsterdam is seeking applications for a fully funded PhD dissertation research position on ‘Philanthropic Crowdfunding for the Cultural Heritage Sector’

The PhD project will focus on characteristics of individual crowdfunders and of crowdfunding projects that influence donation behavior. Specifically, the research investigates the effects of online context characteristics on motivations and giving behavior of crowdfunders as well as the organizational arrangements in which crowdfunding campaigns are embedded. The central question of this research project is: which crowdfunders’ or project characteristics affect donation behaviour and will contribute to more effective donation-based crowdfunding projects?

 

Tasks

The PhD student is expected to:

• Collaborate in a multidisciplinary research team;

• Organize large scale field experiments;

• Analyze behaviour in crowdfunding projects with multiple quantitative research methods;

• Write articles for international peer reviewed scientific journals;

• Write a PhD thesis;

• Contribute to some teaching tasks of the Department.

 

Requirements

• MSc in social and/or behavioral sciences with a focus on organizational and/or philanthropic     studies;

• Strong interest in field experiments;

• The PhD research candidate needs to be proficient in spoken and written English.

 

Further particulars

Job title:  PhD-position Organization Science ‘Philanthropic Crowdfunding for the Cultural Heritage Sector’

Fte: 0.8-1.0

VU unit: Faculty of Social Sciences
Vacancy number: 14127
Date of publication: April 3, 2014
Closing date: April 24, 2014

 

The initial appointment will be for 1 year. After satisfactory evaluation of the initial appointment, it can be extended for a total duration of 4 years. The candidate will participate in the PhD programme of the Faculty of Social Sciences. The research will be supervised by Prof. Dr. Marcel Veenswijk, Dr. Irma Borst (Organization Sciences) and Prof. Dr. René Bekkers (Center for Philanthropic Studies).

 

The preferred starting date is the 1st of June 2014 and no later than September 2014. You can find information about our excellent fringe benefits of employment at www.workingatvu.nl like:

• remuneration of  8,3% end-of-year bonus and  8% holiday allowance;

• a minimum of 29 holidays in case of full-time employment;

• generous contribution (70%) commuting allowance based on public transport;

• discounts on collective insurances (healthcare- and car insurance).

 

Salary

The salary is € 2083,00 gross per month in the first year, increasing to € 2664,00 (salary scale 85) in the fourth year based on full-time employment.

 

About the VU Amsterdam Faculty of Social Sciences

VU University Amsterdam is one of the leading institutions for higher education in Europe and aims to be inspiring, innovative, and committed to societal welfare. It comprises twelve faculties and has teaching facilities for 25.000 students.

The Faculty of Social Sciences (FSS) is one of the larger faculties of the VU-University. Over 2700 students and more than 300 employees are engaged in teaching and research on social-science issues. The faculty has 5 bacherlor- and 7 masterprogramme’s, which are characterized by their broad and often multidisciplinary character.

 

The department of Organization Sciences focuses on the processes and phenomena that result in effective and efficient functioning of organizations. Among the topics studied are entrepreneurship, innovation, university-industry cooperation and valorization of research (results). For this specific research project, the department of Organization Sciences and the Center for Philanthropic Studies received a grant from the Netherlands Organization for Scientific research (NWO).

For additional information, please contact Dr. Irma Borst (e-mail: w.a.m.borst@vu.nl), Prof. Dr. Marcel Veenswijk (e-mail: m.b.veenswijk@vu.nl) or Prof. Dr. René Bekkers (e-mail: r.bekkers@vu.nl)

 

Application

Applicants are requested to write a letter in which they describe their abilities and motivation, accompanied by a curriculum vitae and one or two references. The written applications, mentioning the vacancy number in the e-mail header or at the top left of the letter and envelope, should be submitted before April 24, 2014 to:

VU University Amsterdam
Faculty of Social Sciences
to the attention of Mrs. Dr. J.G.M.Reuling, managing director
De Boelelaan 1081
1081 HV Amsterdam, The Netherlands

Or preferably by e-mail: vacature.org.fsw@vu.nl

Leave a comment

Filed under Center for Philanthropic Studies, crowdfunding, economics, experiments, household giving, incentives, philanthropy

Varieties of plagiarism

Academic misconduct figures prominently in the press this week: Peter Nijkamp, a well-known Dutch economist at VU University Amsterdam, supervised a dissertation in which self-plagiarism occurred, according to a ruling of an integrity committee of the National Association of Universities in the Netherlands. The complaint led two national newspapers to dig into the work of Nijkamp. NRC published an article by research journalist Frank van Kolfschooten, who took a small sample of his publications and found 6 cases of plagiarism, and 8 cases of self-plagiarism. Today De Volkskrant reports self-plagiarism in 60% of 115 articles co-authored by Nijkamp. VU University rector Frank van der Duyn Schouten said in a preliminary statement that he does not believe Nijkamp plagiarized on purpose, that the criteria for self-plagiarism have been changing in the past decades, and that they are currently not clear. The university issued a full investigation of Nijkamp’s publications.

Fundamentele_wetenschap

Nijkamp’s profile on Google Scholar is polluted. It counts 28,860 citations, but includes papers written by others, like  Zoltan Acs and Nobel-prize winner Daniel Kahneman. A Web of Knowledge author search yielded 3,638 citations of his 426 (co-authored) publications, 3,310 excluding self-citations. That’s 7.8 citations per article.  His H-index is 29. Typically Nijkamp appears as a co-author on publications. He is the single author of only one of his top 10 most cited articles, ranking 10th, with 58 citations.

The Nijkamp case looks different from another prominent case of self-citation in economics, by Bruno Frey. Frey submitted nearly identical research papers to different journals. Nijkamp seems to have allowed his many co-authors to copy and paste sentences and sometimes entire paragraphs from other articles he co-authored – which can be classified as self-plagiarism.

January 15, 2014 update: Nijkamp responded in a letter posted here that there may have been some flaws and accidents, but that these are to be expected in what he calls “the beautiful industry of academic publishing”.

Leave a comment

Filed under academic misconduct, economics, VU University