Category Archives: corporate social responsibility

Valkuilen in het nieuwe systeem van toezicht op goededoelenorganisaties

Deze bijdrage verscheen op 27 januari op Filanthropium.nl.
Dank aan Theo Schuyt voor commentaar op een eerdere versie van dit stuk en aan Sigrid Hemels en Frans Nijhof voor correcties van enkele feitelijke onjuistheden. PDF? Klik hier.

De contouren van het toezicht op goededoelenorganisaties in de toekomst worden zo langzamerhand duidelijk. Het nieuwe systeem is een compromis dat op termijn veel kan veranderen, maar net zo goed een faliekante mislukking kan worden.

Hoe ziet het nieuwe systeem eruit?
In opdracht van de Minister van Veiligheid en Justitie heeft de Commissie De Jong een voorstel gedaan voor een nieuw systeem. De commissie stelt voor een Autoriteit Filantropie op te richten die de fondsenwervende goededoelenorganisaties moet registreren. De autoriteit is een nieuw orgaan dat onder het ministerie van Veiligheid en Justitie valt, maar eigen wettelijke bevoegdheden krijgt. Burgers kunnen de registratie online raadplegen. Het uitgangspunt van het nieuwe systeem is een kostenbesparing. Geregistreerde goededoelenorganisaties hoeven geen keurmerk meer aan te vragen en krijgen automatisch toegang tot de markt voor fondsenwerving. Organisaties die geen fondsen werven zoals vermogensfondsen en organisaties die alleen onder hun leden fondsen werven zoals kerken hoeven zich niet te registreren. De autoriteit maakt de huidige registratie van Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s) door de belastingdienst grotendeels overbodig.

Winnaars en verliezers
Het nieuwe systeem is een overwinning voor vijf partijen: de vermogensfondsen, de kerken, de bekende goededoelenorganisaties, het Ministerie van Veiligheid en Justitie, en de Belastingdienst. De meeste vermogensfondsen en de kerken winnen in het nieuwe systeem omdat zij niet door de registratie heen hoeven wanneer zij geen fondsen werven onder het publiek. Zij blijven als ANBI’s geclassicificeerd bij de belastingdienst. De bekende goededoelenorganisaties winnen in het systeem omdat zij invloed krijgen op de criteria die voor registratie zullen gaan gelden. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie wint omdat zij volledige controle krijgt over goededoelenorganisaties. De Belastingdienst wint omdat zij afscheid kan nemen van een groot aantal werknemers die voor de registratie van goededoelenorganisaties zorgden.

De verliezers in het nieuwe systeem zijn de huidige toezichthouders op goededoelenorganisaties (waaronder het Centraal Bureau Fondsenwerving , CBF) en de kleinere goededoelenorganisaties. Het CBF verliest klanten omdat de nieuwe registratie gaat gelden als toegangsbewijs voor de Nederlandse markt voor fondsenwerving en daarmee het keurmerk van het CBF (en een aantal andere, minder bekende, keurmerken) overbodig maakt. De autoriteit filantropie krijgt de mogelijkheid overtreders te beboeten. De Belastingdienst heeft deze mogelijkheid in het huidige systeem niet, zij kan alleen de ANBI-status intrekken. Ook het CBF kan geen boetes innen, maar alleen het keurmerk intrekken.

De criteria waarop potentiële gevers goededoelenorganisaties kunnen gaan beoordelen zijn nog niet geformuleerd. Omdat de kleinere goededoelenorganisaties in Nederland niet of niet goed georganiseerd zijn is het lastig om hun belangen in de autoriteit filantropie een stem te geven. Het gevaar dreigt dat de grotere goededoelenorganisaties de overhand krijgen in de discussie over de regels. Ook is onduidelijk hoe streng de controle gaat worden. De belastingdienst gaat deze controle in ieder geval niet meer doen. De commissie stelt voor dat vooral voorafgaand aan de registratie controle plaatsvindt.

De winst- en verliesrekening voor de burger – als potentiële gever en belastingbetaler – is minder duidelijk. De kosten van de hele operatie zijn niet berekend. De commissie stelt voor dat alle organisaties die zich registreren om toegang te krijgen tot de Nederlandse markt voor fondsenwerving mee gaan betalen. Het ANBI-register telt momenteel zo’n 60.000 inschrijvingen; een deel betreft organisaties die zich in het nieuwe systeem niet meer hoeven te registreren (kerken, vermogensfondsen). Als er 20.000 registraties overblijven kan het nieuwe systeem voor de goededoelenorganisaties aanmerkelijk goedkoper worden. Op dit moment betalen 269 landelijk wervende goededoelenorganisaties voor het CBF-keurmerk. In het huidige systeem worden alle keurmerkhouders gecontroleerd. De autoriteit zal slechts steekproefsgewijs en bij klachten controles uitvoeren.

Gebrekkige probleemanalyse
Het advies vertrekt vanuit de probleemanalyse dat het vertrouwen in goededoelenorganisaties daalt door schandalen en affaires. Deze analyse is niet goed onderbouwd. De publieke verontwaardiging over de salariëring van (interim)managers zoals bij Plan Nederland en de Hartstichting in 2004 en het breken van (onmogelijke) beloften over gratis fondsenwerving zoals bij Alpe D’huZes vorig jaar bedreigen vooral de inkomsten van getroffen organisaties, niet de giften aan de goededoelensector als geheel. Het vertrouwen in goededoelenorganisaties daalt al tijden structureel, zo blijkt uit het Geven in Nederland onderzoek van de Vrije Universiteit en de peilingen van het Nederlands Donateurs Panel.

Vervolgens stelt het advies dat het doel van een nieuw systeem is om het vertrouwen in goededoelenorganisaties onder burgers te vergroten. Dat burgers in vertrouwen moeten kunnen geven door het nieuwe systeem lijkt een legitiem doel. Het is echter de vraag of overheid de imago- en communicatieproblemen van de goededoelensector op moet lossen. We zouden de sector daar immers ook zelf verantwoordelijk voor kunnen houden, zoals in de Verenigde Staten gebeurt. Voor het imago van de overheid en het vertrouwen in de politiek is het echter verstandig de controle op organisaties die fiscale voordelen krijgen waterdicht te maken, zodat er geen vragen komen over de doelmatigheid van de besteding van belastinggeld. Daarnaast is het vanuit de politieke keuze voor de participatiesamenleving verstandig meer inzicht te vragen in de prestaties van goededoelenorganisaties. Als burgers zelf meer verantwoordelijkheid krijgen voor het publiek welzijn via goededoelenorganisaties willen we wel kunnen zien of zij die verantwoordelijkheid inderdaad waarmaken. Dat zou via het register van de Autoriteit Filantropie kunnen.

Nieuw systeem zorgt niet automatisch voor meer vertrouwen
Het is echter de vraag of de burger door het nieuwe systeem ook inderdaad weer meer vertrouwen krijgt in goededoelenorganisaties. Het advies van de Commissie de Jong heeft veel details van het nieuwe systeem nog niet ingevuld. Vertrouwen drijft op de betrouwbaarheid van de controlerende instantie. Die organisatie moet onafhankelijk én streng zijn. Conflicterende belangen bedreigen het vertrouwen. Als de te controleren organisaties vertegenwoordigd zijn in de autoriteit of haar activiteiten kunnen beïnvloeden is zij niet onafhankelijk. Een gebrek aan controle is eveneens een risicofactor voor het publieksvertrouwen, vooral als er later problemen blijken te zijn. Het is belangrijk dat de autoriteit proactief handelt en niet slechts achteraf na gebleken onregelmatigheden een onderzoek instelt.

Blijkbaar is er iets mis met de huidige controle. De probleemanalyse van de commissie de Jong gaat ook op dit punt kort door de bocht. Het advies omschrijft niet hoe de controle op goededoelenorganisaties op dit moment plaatsvindt. De commissie analyseert evenmin wat de problemen zijn in het huidige systeem. Op dit moment gebeurt de controle op goededoelenorganisaties niet door de overheid. De belastingdienst registreert ‘Algemeen nut beogende instellingen’ (ANBI’s), maar controleert deze instellingen nauwelijks als ze eenmaal geregistreerd zijn.

Sterke en zwakke punten van het huidige systeem
In feite heeft de overheid de controle op goededoelenorganisaties nu uitbesteed aan een vrije markt van toezichthouders. Dit zijn organisaties zoals het CBF die keurmerken verstrekken. In theorie is dit een goed werkend systeem omdat de vrijwillige deelname een signaal van kwaliteit geeft aan potentiële donateurs. Goededoelenorganisaties kunnen ervoor kiezen om aan eisen te voldoen die aan deze keurmerken zijn verbonden. Organisaties die daarvoor kiezen willen en kunnen openheid geven; de organisaties die dat niet doen laden de verdenking op zich dat zij minder betrouwbaar zijn. Het systeem werkt als de toezichthouder onafhankelijk is, de controle streng, en de communicatie daarover effectief. Het CBF heeft in de afgelopen jaren echter verzuimd om de criteria scherp te hanteren en uit te leggen aan potentiële donateurs. Het CBF-Keur stelt bijvoorbeeld geen maximum aan de salarissen van medewerkers. Ook bij de onafhankelijkheid kunnen vragen worden gesteld. De grote goededoelenorganisaties zijn met twee afgevaardigden van de VFI vertegenwoordigd in het CBF, en zijn daarnaast in feite klanten die betalen voor de kosten van het systeem. Zij hebben er belang bij de eisen niet aan te scherpen omdat dan de kosten te hoog oplopen.

Twee valkuilen
In het nieuwe systeem dreigen zowel de onafhankelijkheid als de pakkans voor problemen te zorgen. De commissie laat het aan de autoriteit over om te bepalen welke regels zullen worden gehanteerd. Maar wie komen er in die autoriteit? De commissie beveelt aan ‘diverse belanghebbenden (sector, wetenschap, overheid)’ in het bestuur van de autoriteit te laten vertegenwoordigen. Het is echter onduidelijk welke partijen er in de autoriteit precies zitting krijgen, en in welke machtsverhoudingen. Wel is duidelijk dat de autoriteit in eerste instantie uitgaat van het zelfregulerend vermogen van de sector. De goededoelenorganisaties mogen dus zelf met voorstellen komen voor de regels. De commissie legt de verantwoordelijkheid voor de vaststelling van de regels vervolgens bij de overheid, en meer in het bijzonder bij de Minister van Veiligheid en Justitie. Het is dan de vraag in hoeverre de minister gevoelig is voor de lobby van goededoelenorganisaties.

De commissie stelt ook voor de controle op grond van risicoanalyses uit te voeren en om af te gaan op klachten. Dat kan in de praktijk voldoende blijken te zijn. Het nieuwe systeem neemt echter als uitgangspunt de kosten te minimaliseren. Deze kosten moeten bovendien door de te controleren goededoelenorganisaties worden opgebracht. Zij krijgen er belang bij de controle licht en oppervlakkig mogelijk te maken. Als er onvoldoende controle plaatsvindt, zoals in de Verenigde Staten het geval is, zullen ook geregistreerde organisaties onbetrouwbaar blijken te zijn. Dit is natuurlijk helemaal desastreus voor het vertrouwen.

De commissie de Jong stelt bovendien voor dat alle fondsenwervende goededoelenorganisaties van enige betekenisvolle omvang verplicht geregistreerd worden. Het nieuwe systeem biedt geen zicht op de prestaties van vermogensfondsen en kerken omdat zij onder de belastingdienst blijven vallen. Zij krijgen een voorkeursbehandeling omdat zij geen fondsen werven, of alleen onder leden. Dit is een oneigenlijk argument. Het criterium van algemeen nut betreft niet de herkomst van de fondsen, maar de prestaties. Ook de activiteiten van kerken en vermogensfondsen moeten ten goede komen aan het algemeen nut.

Het middel van verplichte registratie is waarschijnlijk niet effectief in het vergroten van het publieksvertrouwen. Een verplichte registratie heeft geen signaalfunctie voor potentiële donateurs. Als alle goededoelenorganisaties aan de eisen voldoen, zijn ze dan allemaal even betrouwbaar? Dat is niet erg waarschijnlijk. Ofwel de lat wordt in het nieuwe systeem zo laag gelegd dat alle organisaties er overheen kunnen springen, ofwel de lat wordt op papier weliswaar hoog gelegd maar in de praktijk stelt de controle niets voor.

Het zou veel beter zijn de autoriteit een vrijwillig sterrensysteem te laten ontwerpen waarin donateurs kunnen zien hoe professioneel de organisatie is aan het aantal sterren die onafhankelijke controle heeft opgeleverd. Donateurs kunnen dan professionelere organisaties verkiezen, voor zover ze bereid zijn daarvoor te betalen tenminste. Geld werven kost geld, en geld effectief besteden ook. Met een financiële bijsluiter kan de autoriteit filantropie inzichtelijk maken wat de te verwachten risico’s zijn van private investeringen in goededoelenorganisaties. Zo dwingt de markt de goededoelenorganisaties tot concurrentie op prestaties voor het publiek welzijn. Een waarlijk onafhankelijke autoriteit die scherp controleert op naleving van (naar keuze) strenge of minder strenge regels is ook binnen die contouren mogelijk en lijkt mij gezien de maatschappelijke betekenis van de filantropie in Nederland van belang.

2 Comments

Filed under charitable organizations, corporate social responsibility, foundations, fraud, household giving, incentives, law, philanthropy, policy evaluation, politics, taxes, trends, trust

Tien Filantropie Trends

  1. Nalatenschappen: goededoelenorganisaties ontvangen steeds meer inkomsten uit nalatenschappen, naar verwachting €86 miljard tot 2059.
  2. Evenementen: goededoelenorganisaties ontvangen steeds meer inkomsten uit evenementen zoals Alpe d’Huzes waar enthousiaste vrijwilligers sponsorgelden voor werven.
  3. Werknemersvrijwilligerswerk: bedrijven sponsoren steeds minder direct met geld, en sturen hun medewerkers liever op maatschappelijk verantwoord teamuitje zoals NL Doet.
  4. Vertrouwen onder druk: het traditioneel hoge niveau van vertrouwen in goededoelenorganisaties daalt structureel en lijdt incidenteel verlies door ophef over salarissen.
  5. Lokalisering: lokale nonprofit organisaties zoals musea en ziekenhuizen gaan fondsenwerven, internationale hulporganisaties ontvangen steeds minder.
  6. Dynamiek in geefgedrag: donateurs zijn steeds minder trouw aan goededoelenorganisaties en doen vaker incidentele giften zoals bij sponsoracties.
  7. Druk op het waterbed: de overheid bezuinigt en probeert burgers meer bij te laten bijdragen, onder meer door fiscale maatregelen zoals de Geefwet.
  8. Meer transparantie:  goededoelenorganisaties in het ANBI-register worden per 1 januari 2014 verplicht openheid te geven over hun financiën en beleid.
  9. Doe-het-zelf filantropie met crowdfunding: steeds vaker werven mensen geld voor hun eigen goede doel via sociale media en geefplatforms zoals Voordekunst.nl
  10. Mega-donors: terwijl de giften van het mediane huishouden afnemen, geven vermogende Nederlanders steeds meer.

1 Comment

Filed under charitable organizations, corporate social responsibility, crowdfunding, foundations, household giving, law, politics, taxes, trends, volunteering, wealth

Dag van de Filantropie en Boekpresentatie Geven in Nederland 2013 op 25 april

Op de Dag van de Filantropie 2013 – het jaarlijks terugkerend evenement op de laatste donderdag van april – is dit jaar het boek ‘Geven in Nederland 2013’ gepresenteerd. Dit jaar kreeg een bijzonder tintje door het aanvaarden van een bijzondere leerstoel met het uitspreken van de rede ‘De maatschappelijke betekenis van filantropie’ door René Bekkers.

Kiezen om te Delen: Filantropie in Tijden van Economische Tegenwind

Nu het economisch niet voor de wind gaat zien we allerlei verschuivingen in de filantropie in Nederland. We zien een  terugval in het geefgedrag en verschuivingen in bestedingen van bedrijven en huishoudens. Zij moeten bewustere keuzes maken; onderscheid maken tussen wat écht belangrijk is en wat niet. De dynamiek binnen de bronnen van filantropische bijdragen en maatschappelijke doelen vormden het hoofdthema van het symposium. De presentatie van het onderzoek naar geefgedrag door huishoudens en vermogende Nederlanders vindt u hier. De resultaten van het onderzoek naar bedrijven, sociale normen rond filantropie en de trends in de cijfers van de bijdragen van huishoudens, bedrijven, en loterijen vindt u later op de Geven in Nederland website.

De Maatschappelijke Betekenis van Filantropie

De groeiende aandacht voor filantropie wordt meestal verklaard uit het feit dat de overheid moet bezuinigingen. Men vergeet echter dat de sector filantropie zich vanaf begin jaren ‘90 in rap tempo heeft ontwikkeld. Het “Geven in Nederland”onderzoek maakt deel uit van deze ontwikkeling. Van bezuinigingen was in die periode geen sprake, eerder het tegendeel. Particulier initiatief liet weer van zich horen. Met het sluiten van het Convenant “Ruimte voor Geven” in juni 2011 tussen het kabinet en de sector filantropie is een nieuwe situatie ontstaan, waarin filantropie de ruimte krijgt om meer maatschappelijke betekenis te krijgen.

Wat is de maatschappelijke betekenis van filantropie? Die vraag beantwoordt René Bekkers in zijn oratie. Bekkers is per 1 januari 2013 aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam aangesteld als bijzonder hoogleraar Sociale aspecten van prosociaal gedrag. De leerstoel is mede mogelijk gemaakt door de Van der Gaag Stichting van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) voor een periode van vijf jaar. Bekkers gaat in op de herkomst en bestemming van filantropie in de samenleving. Waarom zien we meer filantropie in sommige sociale groepen, landen en perioden dan in andere? In welke sociale omstandigheden doen mensen vrijwilligerswerk en geven ze geld aan goededoelenorganisaties? In welke mate en in welke omstandigheden zullen Nederlanders overheidsbezuinigingen op kunst en cultuur, internationale hulp en andere doelen compenseren?

De volledige tekst van de oratie vindt u hier.

Leave a comment

Filed under altruism, charitable organizations, corporate social responsibility, empathy, foundations, helping, household giving, law, methodology, philanthropy, principle of care, taxes, trust

You are welcome to use our data

“Can I please use your data on giving and volunteering?” Yes you can! In fact, you are very welcome to use the data we have collected at the Center for Philanthropic Studies. The data from the Giving in the Netherlands Panel Study (GINPS) on households are currently being used by students in Amsterdam, Rotterdam and Utrecht in statistics tutorials, by students in Amsterdam for Master Thesis projects, and by PhD candidates and established researchers around the world for academic research. The panel design allows for dynamic analyses of giving and volunteering, answering questions like:

  • How does volunteering affect the size and composition of social networks?
  • Are giving and volunteering substitutes or complements?
  • How does household giving change as people age?

To get access to the data, here’s what you will need to do.

Note that if you just need aggregate statistics on giving and volunteering you will not need access to the micro-level data. You can probably find the data you need in our biennial ‘Giving in the Netherlands’ book. A summary in English of the 2015 edition is here.

Questionnaires:

The data on corporate social responsibility and corporate philanthropy are less well documented, but also available to researchers.

2 Comments

Filed under corporate social responsibility, data, experiments, household giving, methodology, survey research, volunteering

How Philanthropy Affects Corporate Competitiveness in Europe

Can companies improve their financial performance and competitive situation through corporate philanthropy (CP) as an innovative business strategy? With my VU colleagues Dick de Gilder and Theo Schuyt and my colleague Sarah Borgloh at the Centre for European Economic Research in Mannheim we will answer this question in a new research project.

Both the quantitative (monetary) and the qualitative dimension of CP activities such as giving or sponsoring will be taken into account. Advanced econometric tools (such as propensity score matching approaches) will be combined with the insights from qualitative interviews and thus result in a full analytical picture. The guiding research question is addressed using data from corporations in Germany and the Netherlands.

The research is planned from April 2011 to September 2012. The research is funded by the Strengthening Efficiency and Competitiveness in the European Knowledge Economies (SEEK) programme.

Leave a comment

Filed under corporate social responsibility

Giving in the Netherlands tops €4.7 billion

The total value of donations to nonprofit organizations in the Netherlandshas increased to €4.7 billion in 2009. Despite the economic crisis, household giving stabilized at €1.9 billion and corporate giving increased to 1.7 billion. The figures were published today by the Center for Philanthropic Studies at VU University Amsterdam. A summary of principle findings is available here: https://renebekkers.files.wordpress.com/2011/04/summary_gin2011.pdf 

The new Giving in the Netherlands study includes a special report on giving by high net worth households with an average net worth of €1.4 million. The report shows that giving by high net worth households is considerably higher than in the total Dutch population. Annual donations averaged almost €2,800 per household in the high net worth sample versus €210 in the random sample of households.

The total value of corporate giving increased due to an increase in the value of sponsoring and partnerships with nonprofit organizations. While corporate philanthropy declined to just below €400 million, the value of donations in the form of sponsorships and partnerships increased to €1.3 billion.

The new figures are based on surveys among corporations (n=1,183), and households (n=3,495). The households surveyed include a random sample of the population (n=1,692), and oversamples of high net worth households (n=1,216) and immigrants (n=587).

For more information, contact the Center for Philanthropic Studies at gin.fsw@vu.nl or visit www.giving.nl

1 Comment

Filed under corporate social responsibility, household giving, volunteering